donderdag 14 juni 2012

Onder serene bloemen

jaren van verlangen
in borrelende havens
waar de kapitein ten gronde gaat
en ankers aanzwengelen
naar linnen hemelen
tot de sterren
een oogje in het zeil houden
het advies geven
met beide benen aan boord te gaan
in een geur
van net na de regen
in het lentegevaar
zullen we verdrinken
in een bol van dauw
met witte lakens over ons heen
zijn wij één met het schip
jij de oppervlakte
ik de masten
omvallend in een storm
kom ik naar je terug gekropen
over gespreide handdoeken van rood
rinkelt in de toekomst
een kus van muziek
op een wolk
miauwt een kat
een vredig huis
boven ons hoofd
een lief kind
in een zwaai van een schommel
in licht geel gras 
hoog
waar we in rollen
en de jaren vieren
met glazen vol levensvreugde
drink jij op mij
ik op jij
wij op ons
wij zijn ons
in het gras
zijn wij gras
stengels verweven
met haar onder dekens
van liefde ga ik slapen
vierkant vlechtwerk boven mijn lijf
in een cirkel in mijn hart
speelt een laatste figuur
een lied over schrijvers
met een tragische dood
over het tegemoet gaan
van paarden op steppes
in de wind
waar ze vallen
op papieren velden
staat een epos geschreven
een werk van een beeld
begraven op ons erf
achterop werd je meegenomen
naar oorden
op heuvels
werd je beschermd
door de cavalerie van mijn geweten
een slagveld
van naar elkaar wijzende vingers
in het dal werden wij verenigd
met ringen om onze heup
werden wij omhoog gehaald
aan touwen
dwaalden we in bed
met eronder een feeks
die geen feeks wilde zijn
ze wilde ons overtuigen
van dunne stroken van heiligheid
waar ze in dwarrelde
als een veer
als de reinheid zelve
geen hout
geen opgelicht huis
een slapend kind
een wang roze van onschuld
de lucht zwelt op
de maan rakelt een schip op
de feeks verdwaalt
we zijn samen met paarden
en gewetenlozen
in een rivier die uitmondt
in lijven vol bloemen
bedolven in water
gaan we ten onder
met de mensheid
van bakkers en slagers
die een mes laten vallen
een symbool van het lot
ruikt naar een begin
van vers
een begin
onder groen
slapen wij
vredig
onder hetzelfde dak
onder serene bloemen

dinsdag 22 mei 2012

Moira

Een modern sprookje

In haar gedachten verzamelde een meisje genaamd Moira met haar ene hand brandende hoepels om er doorheen te springen. In haar andere hand hield ze stevig haar pop vast met strikjes in het haar. Met het ene been stond ze stevig op de stenen achterop het erf, met haar andere been vloog ze in haar verbeelding door de hoepels heen. Dit alles terwijl haar gedachten als een donderslag omsloegen naar haar onlangs overleden moeder en zo richtte ze instinctief, alsof iemand haar roep zich zo te gedragen, haar gezichtje naar de zon. Ze herinnerde de zon als het pictogram van de allereerste samenleving op aarde en dat ze daar God en de hemel mee uitbeeldde. Zonnestralen straalden op dat moment over haar gezichtje, als een knipoog van haar moeder. Ze besefte dat de zon rond was, eenheid uitstraalde, dat alles en iedereen verbonden was met elkaar en hoe ze zo contact had met zowel haar gedachten als met haar fysieke handen en benen. Hoe haar moeder nog steeds onderdeel was van haarzelf.

Voor heel even wilde ze ontzettend graag de tijd terug draaien om haar moeder weer te zien. Maar ze overtuigde zich ervan dat tijd geen enkele rol hoorde te spelen. Het leek namelijk even alsof de stenen waar ze overheen huppelde zich in een andere tijdsdimensie bevonden en net zo goed leefden, maar dan velen jaren langer dan haarzelf. Ze begreep dat acceptatie het sleutelwoord was en dat het zaak was haar omgeving en alles en iedereen te omarmen en te vertrouwen.

Nog niet lang geleden hoorde ze haar oom vertellen dat de mens slecht was, intrinsiek slecht, maar hoe kon ze dat dan geloven als ze van binnen geen slechte gedachten had. Of was dat soms niet zo? Hoe zou slecht überhaupt te meten zijn? Is slecht een huisdier kopen om die vervolgens in een sloot te verdrinken? Is slecht zijn alles en iedereen opsluiten om zo alle mysterie te vangen in je vuist? Zijn dat dan slechte gedachten? Wat als alles geoorloofd was zodra God en de zon er niet meer waren? Maar het deed er voor haar niet toe of deze er voor haar waren. Ze wist dat ze één was, zowel met haar pop als met haar moeder, simpelweg door zich te bewegen door de ruimte en te zijn en te beseffen dat slecht slechts een creatie, een bijeffect van goed is. Bij iedere hoepel waar ze doorheen sprong verzekerde ze zich ervan dat ondanks het gegeven dat er slechte gedachten bestonden, ze altijd de goede zou dienen.

Met deze gedachten huppelde ze alsmaar verder de stenen over totdat Moira zo ver van het erf verwijderd was dat ze was verdwaald. De duisternis omhulde haar toen ze haar gezichtje naar de verre sterren richtte die haar vol liefde aan leken te kijken. De stenen onder haar hielden op een gegeven moment op en zo bevond ze zich aan de rand van een diep ravijn. Tegelijkertijd voelde ze zich verankerd tot de stenen als opgestegen naar de sterren. Ze besefte dat ze nog één brandende hoepel door moest om samen met haar moeder te zijn, ook al was ze ervan overtuigd dat ze dat al was, want als alles één is, dan is alles niets. En met deze gedachten hield ze in haar ene hand stevig haar pop vast, in haar andere een brandende hoepel. Haar ene been sprong er doorheen en uiteindelijk verliet ook het andere been de stenen. Ze wist dat ze goed deed. Ze vertrouwde namelijk alles en iedereen, zo ook haar gedachten als haar vlucht en zo werd ze één met de stenen, de sterren, met jij en ik en alles er tussenin. Voor eens en altijd.

Tegenwoordig, wanneer we ons voor een ravijn bevinden, waar de wereld zich voor ons opent en we hemel en aarde kunnen overzien, herdenken we het meisje Moira die in ons huist, haar lot en ons uiteindelijke lot.

zaterdag 28 april 2012

Uitgewist

je temt tijgers
in de palm van mijn hand

je slaakt rituele vermaningen
tegen harten van tin
 
een gedicht rolt je ogen uit
met mijn naam erop

op je voorhoofd staat een levensles te lezen
mits ik uitgewist ben
uit jouw gedachten

dinsdag 27 maart 2012

Monoloog van een dwaas

Hier voor de spiegel sta ik, maar ik oordeel er anders over dan u. U zult het aanschouwen als een reflectie van wat het omringd: een objectieve spiegel van de omgeving, van de waarheid. Maar dan ziet u het verkeerd. Een spiegel is rechthoekig en zal alleen rechthoekige objecten juist weerspiegelen. Neem een dobbelsteen, plaats deze voor een vierkante spiegel en u zult zien dat alle zes de kanten juist weerspiegeld worden, mits deze alle kanten uit gedraaid wordt. Maar niet alle objecten zijn vierkant of rechthoekig zoals een spiegel of een televisie, die u ook als spiegel kunt beschouwen. Neem een ronde spiegel en deze zal alle ronde objecten op juiste wijze weerspiegelen. Neem een televisie in de vorm van een silhouet van een persoon en deze persoon zal u genaakbaar alle onderdelen van hem of haarzelf tonen, zodra deze in cirkels beweegt, als in een pirouette. Stelt u eens voor, u staat 's ochtends voor de spiegel uw haar te kammen, ziet u dan wel alle haartjes voor u of vult u ze aan met uw gedachten, weerspiegeld via de spiegel? Ziet u uw haar niet opstijgen, dan weer neerdalen naar aarde? Ziet u uw haar niet zweven in de reflectie als een vogel of zweefvliegtuig zweeft? Ziet u uw haar niet aan propellers meegevlogen worden de ruimte in om later op aarde terecht te komen en daar te sterven, zoals alle objecten op aarde afbreken en sterven? Maar juist vanaf die ruimte gezien, zult u een objectieve spiegel voor ogen zien. Die objectieve spiegel zal niet de vorm aannemen van een rechthoek, cirkel of de silhouet van de mens, maar die van de gehele aardbol. De hele aardbol zou tot televisie gemaakt moeten worden om de waarheid onder ogen te zien. Daar zal uw haar het best te zien zijn. Maar als men goed kijkt is die gehele spiegel of televisie in de vorm van de aarde ofwel de aarde vormt, geheel overbodig en hoeft men deze objecten maar weg te halen om de objectiviteit van de aarde zelf te zien. In de complete naaktheid van moeder aarde kunt u uw haren van alle kanten en ogenblikken in het leven aanschouwen. Niet in de reflectie, maar direct in zichzelf. En u zult vanaf de ruimte naar de aarde neerdalen en haar kussen om zijn objectieve spiegel. U zult daar sterven zonder ook maar om genade te smeken. U weet immers alles al. Alles is onderdeel van dezelfde spiegel. Alles bestaat in zichzelf.

zondag 25 maart 2012

Gezicht

als je je omdraait
behoort je gezicht toe aan iemand anders
alleen op foto's van mijn ogen
sta je afgebeeld
een album vol glimlachen
die nooit zijn geweest

als iedereen uit een tirade van maskers bestaat
van een en hetzelfde gezicht
hoe kan men dan iemand te woord staan?

zaterdag 24 maart 2012

Zijn of niet-zijn

in een constante wind
is het een komen en gaan
van nog niet ontstane gedachten

in de doofpot gestopte burgerij
vallen uitspraken over existentie
uiteen in letters van spaghetti

achter tongen van stilte
verstoppen toekomstige herinneringen
kusjes op je wang

in het verschiet
van ijskoude biertjes en vleierij
verleiden dualistische problemen je
tot het zijn of niet-zijn

vrijdag 9 maart 2012

Lavendelblauw

onder de geur van daken
slapen zeven leeuwen

van slaapkamer tot aan balkon
vieren de jaren feest

tegenlicht onthult kroonluchters
tegen schaduw van doek

verzette bergen
verliezen zichzelf in het zand

achter kozijnen toornen lantaarns
afstammelingen der noorderzon

zus maan komt een lach halen
zeis in lavendelblauw