woensdag 2 februari 2011

Vandaan

golvende haren van watervallen
al vallende in een poel waar je uit bent ontstaan
een uitvlucht waar je benen uitstromen
als blinkende strepen de horizon achterna

ga je heen naar het einde van deze tocht
dan zul je zien met je benen al lopende om je heen
hoe je weg verloopt over valleien van beestjes
die je aankijken met de zin van het bestaan

een vlucht door tunnels van donkere heuvels
door de darmen der bergen
om uit te komen bij een troon
waar een jurk bovenuit torent
van de vrouw van je leven
en waar je inkruipt
je gaat er nooit meer vandaan

donderdag 27 januari 2011

Lichtbakens

aanschouw de sterren
in het oneindige
het oneindige donker
lichtbakens in het donker

sterren aanschouw de mens
aan touwen gebonden
met het middelpunt der aarde verbonden
ad infinitum

aanschouw zijn bewegingen over het zinderende asfalt
banen waar je van gaat dollen
zoals een jongen met zijn gedachten
mannen laat spinnen om een lolly

zo gaan ook de bakstenen hun eigen weg
rondom de molen met zijn wieken
die rondtollen als gekken
als ringen steeds dichter op de wind
zo gaan ook die wieken

aanschouw de jongen
met al zijn vragen over het leven
of hij de grond in gaat en niet naar de sterren
maar dat is nog oh zo ver
zo ver weg susten zij

sterren aanschouw de mens
in het oneindige
het oneindige donker
dragen zij bakens van licht
lichtbakens in het aardedonker

maandag 24 januari 2011

Buitenste ruimtes

kranen gaan open
van watervallen van dozen
waarin mensen knielen
zie je ze daar niet allemaal invallen?

tot hun uiterste
zie je de verliezende gevallen
waarbij zalen van lood
overgaan naar ruimtes vol grote buitenruimtes

die buitenste ruimtes
vielen ze daar niet allemaal in?

woensdag 19 januari 2011

Alsmaar oostwaards

o die wangen van boter
vervlochten met mijn lippen
die pas van voeten
verscheurd met mijn benen

waar gaan ze heen?
de verte in met vergezochte gezichten
waar je pas gaat
alsmaar oostwaards

het geeft niet
laten we dansen
in omarmde maanstreken
met zijn kruizen wit van kalk
laten we zingen
over balustrades van groene takken

o die wangen
die wangen van boter
onder het licht van vederlichte manen
vegend in de wind

waar gaan ze heen?
de verte in gedompeld in gras
waar je pas gaat
alsmaar oostwaards

het geeft niet
laten we ten ondergaan
in die rozige ochtend
met zijn sterke verlangen
hou je vast!
aan die o zo zachte wangen

vrijdag 4 juni 2010

Ongrijpbaar

Gaap
Een walvis al fonkelende letters uitspuitende
over een gladgeschuurd stuk papier
over het verschil tussen wanhoop en geluk

Kolossaal beest met een kolossale tekst

Letters storten neer in de oceaan
spatten uiteen bij aanraking van het wateroppervlak
en sijpelen als vergane kennis tussen mijn vingers door

Ongrijpbaar
maar niet zo vreemd eigenlijk
nu ik vergeten ben hoe ik ook alweer slapen moet

Net alsof je vergeten bent je fiets op slot te zetten
en deze dezelfde dag nog gestolen wordt
zo wordt mij deze nacht ontstolen

donderdag 25 maart 2010

Nieuwe monumenten

praten over dakpannen
doet ons vaak lachen

zoals springen over gaten
door deze later met de katten samen
te buigen om dan plots weer op te duiken
uit verschillende cirkels van fluiten

ben ik gebouwd uit beton
met een stenen plafond
of bestaat mijn skelet uit staal
en mijn hart uit glazen bouwmateriaal?

straatlampen inzamelen
doet ons veelal klagen

over zeverende bazen
door deze gebukt onder lichtbundels van garages
te belagen via richtingen van schemeringen
al zwevende boven de schoorstenen

geef ik me gewonnen
aan de bron van deze zorgen
of gaan we ons te buiten
aan nieuwe geluiden?

gebrekkige deuren
doen ons soms verheugen

op kleuren van de zon
door deze met onze ongewone rijkdom
te vermijden van de morgen
om me vervolgens bij de bouwput te bezorgen

help de oudere wateren bedaren
en de steunpilaren verjaren
het enige wat ik nodig heb zijn afgebrokkelde elementen
welke zorgen voor de beste fundamenten

laat de segmenten van mijn lichaam nu maar bestaan uit
nieuwe monumenten

zondag 21 maart 2010

Ter nagedachtenis

stenen geven de tijd aan
vanuit de ronde kamers tot aan verre heides
geef ik het sein dat de treinen kunnen vertrekken
vol zwetende mensen uitreikend naar een enkele reserve

droge mond en een hand graaiend in mijn holle buik
raakt de top de stroom van de draad tot de schok
dat er geen plaats is om te zitten
maar allen moesten staan van ons fascisten

terug naar de draden al hangend in de lucht
sleep ik me voort naar de toren
orders reik ik uit aan mijn mensen
van de rij tot aan de sterren op de gebleekte kledij

texturen van katoen in een keurige lijst
gevoerde groene jas met adelaar
vergeef mij voor de terugkeer
voor mijn rechtlijnigheid tegenover deze kleur

witte grauwe straten aan mijn zij
botten rijzende uit de ochtenddauw
vuur in en voor mijn ogen
rottende ledematen geborgen in mijn hart

laat ik er het beste van maken
laat mij die mensen vernietigen
zodra ik via de draden ontsnap uit deze miserie
ben ik vastbesloten maar een ding op me te laten wachten

daar een schot uit het besluit van mijn rechtbank
de loop van een .45 stuurt me via smekende ogen
naar de klap die me doet ontsnappen uit deze gevangenis van '45
zullen ze mij kunnen troosten en mijn tranen doen opdrogen?

een trein vol mensen kijkt me aan als ik vraag om vergiffenis
maar het vonnis van mijn dierbaren is vastbesloten
de smekende ogen blijven me voor eeuwig aanstaren
tot mijn nagedachtenis