donderdag 21 februari 2013

Nostos

vlaggen bedelen om
de adem van de zee

een eiland verzamelt harten
opent ze als bloesem in een portefeuille
in lentegeur

moeder is een groots gebaar
ze zoent ezelsoortjes
op nachtkastjes
met vingers
grote masten in de wind

Penelope buigt zachtjes voor golven
felrode pannen
weerspiegelen dromen

thuiskomst bestaat
uit oude kozijnen bij kaarslicht
ze werpen schaduwen
over zielen
3000 jaar oud

honing druipt van gezichten
een plein vult zich
met schelpen
de nacht omarmt ongeloof

silhouetten in vitrinekasten
dragen wijzers naar de haard
vlammen strelen thuishavens

wederzien ontstaat
uit symbiotische herkenning

wederzien ontstaat uit
een kus

dinsdag 5 februari 2013

De vioolspeler

de vioolspeler
draagt een kroon in zijn buik
achter mondhoeken van kristal
laakt een gouden crescendo:

"liefde is een wieg in het zonnestelsel"

als een gezonken hotel
met het skelet van koraal
ontbloot de aarde zich
als de lagen van een ui

in de kern
openen fluitende cipiers
een hart
bestijgt een ruiter
zijn marmeren pegasus
dragen kinderen
zonneduivels op de schouders
worden kreten
gevangen in luchtbellen
doorgeprikt

lost steen op in wind
ontvouwen bergen zich tot sterren

zondag 20 januari 2013

Vlinderwraak

wraak wordt geboren
in een put
in gedaantes van vlinders stijgt ze op

met monochrome ogen en een wild verlangen
verwoekeren ze bergkristallen
jagen ze brandende vogels uit je hand

als een geluidsgolf in een ver land
eindig je op een rood tapijt in een ravijn
als een dwarsligging

als figurant afgebeeld op een vooroorlogse foto
lig je tussen een collectie foto's
te koop op de vlooienmarkt

woensdag 28 november 2012

Dokter van de winter

achter je oogleden worden
kinderen ongeneeslijk ziek
 
ik ben de dokter
van de winter

in mijn kijkinstrument
- in mijn woorden in de verte -
verschijnt de medicijnman

in zijn handen een vaas
waar dronken mannen uit druppelen
de bomen van het noorden

eenmaal thuis
als we van de trap afglijden
beloof ik je mijn hoed boven je hoofd te houden
de zwaartekracht in je handpalm te verstoppen
liefdevolle versjes je oor in te fluisteren
sneeuwkristallen je iris in te begraven

ga op mijn schouder staan
om de ijsberg te pakken
van alles wat we over elkaar te zeggen hebben

laat achter je oogleden
kinderen genezen

ik ben de dokter
van de winter

Schelpenbad

de vleugel van je bewustzijn is
een hoopje schelpen
je opent ze en water stroomt
je zet ze aan je oor en
je hoort water stromen

er zijn in diepe dalen
bestaande uit zandhopen
geen enkele vooroordelen over
wie je bent
alleen in de context
van de paarse veer
weet je wie je bent

je slaat hem om je heen
voelt je hoofd draaien
je zegt
"een glazen huis met water
is mijn thuis
het kolkt er en
het stroomt mijn oren uit"

je snavel pikt
klinkt als een sonnet
tikkende tegen het raam
je zegt
"een bad met schelpen
is mijn thuis
het ruist er
maar onder veren
ga ik stilletjes slapen"

donderdag 4 oktober 2012

Nieuw hemellichaam

een nieuwe rood glinsterende regen
op het beton op de muur
glijdt als een staar door me heen
als bestonden we niet

laat me hier even schuilen
onder die kinderdag
overhandig me een onbezonnen bos
om in te dwarrelen
te draaien
een dijk te bouwen in de beek
van groen, kalm en blauw

overhandig me een sieraad van blad
wrijvend om mijn enkels
of een lijf als het gras
totdat
een siervrucht mijn kleine bol ontspruit
mijn hart wordt als de waterval
stromend door botten en huid

daar
onder water
in de lagune
wordt me op een rood kussentje
een gravure van je kus gebracht
word ik bevangen
door de zuurstof die ik inadem: jouw adem

langzaam maar zeker
ontstaan wij
verschijnt er
in een kinderhand
een wens

een nieuw hemellichaam

zaterdag 29 september 2012

Hekwerk tussen de wind en de zee

een lijst met stemmen
van overleden vaderen 
fluisterend over eenden 
vliegend in de wind 

water van bladeren 
stroom van vederen 
achter gordijnen 
van zacht doorschijnende muziek 
gaat een silhouet verscholen

een poel met een vergeten verhaal 
van een kind 
spelend op de piano 
verdrinkend in zijn toonladders
een oorlog vergetend 

ver weg draagt een tank een roze bloem 
rottende rupsbanden rollen door de straat 
jellende kinderen volgen gehoorzamend
Het gouden ei op het plein 

de massas gaan op de knieen 
straatstenen verhoren gebeden
een manuscript 
een levenswerk vernield
een leven op papier in brand

in de straten dwalen gekken
de dwazen zijn iedereen te slim af  
ze bouwen een hekwerk 
tussen een boom en een rots 
tussen de wind en de zee 

een hamer glijdt van de schoorsteenmantel 
de ijzeren tobbe in
op het wateroppervlak
blijft de levensslinger drijven

geduldig wachtend
staat een wieg in de vensterbank 
een kind van het plein 
ligt lief te slapen
een moeder staat verbaasd aan het roer

ze zorgt voor iedereen
ze moet voor iedereen zorgen